01 juni 2018

Puber met diabetes

Noah Makkinga is zestien jaar en woont in Vroomshoop. Al vanaf zijn derde heeft hij diabetes type I. Zijn lichaam maakt geen insuline aan. Wat betekent dat voor een jongen in de puberleeftijd? Hoe richt hij zijn leven in?

Insuline verlaagt de bloedsuikerspiegel. Het lichaam maakt van bloedsuiker energie om van te leven. Insuline zorgt ervoor dat bloedsuiker kan worden opgenomen door alle cellen in het lichaam. Noah draagt een insulinepompje, dat constant insuline afgeeft. Hij kan zelf instellen of dat meer of minder moet zijn, afhankelijk van wat hij eet of welke inspanning hij levert.

Noah is vooral heel nuchter. “Ik ben eraan gewend, je kunt er niets aan doen. Ik probeer er het beste van te maken en dat lukt, met vallen en opstaan. Ik kan alles wat mijn vrienden doen. Ik eet ook gewoon, maar moet wel bloedsuiker prikken en insuline geven.” Dat prikken gebeurt diverse keren per dag. Hij laat zijn beurse vingertoppen zien.

“De pomp stel ik zelf in. Vooraf kijk ik hoeveel koolhydraten er in het eten zitten en stel de insuline daarop af.” Bij sporten gaat het pompje af. “Bij zwemmen moet ik goed opletten, dat is heel intensief. Dan zakt de suikerspiegel snel. Als ik te laag zit, dan drink ik een glas ranja en eet een koekje of boterham.” Het is volgens de ouders van Noah vooral aan Noah zelf te danken dat het zo goed gaat. Moeder Gerdie: “Hij is heel consequent en nauwkeurig, soms wel eens te volwassen voor zijn leeftijd. Tot zijn twaalfde was het lastig om hem goed ingesteld te krijgen. De kinderarts en het diabetesteam in het ziekenhuis in Hardenberg moesten echt zoeken. Gelukkig zijn we eruit gekomen. De begeleiding is geweldig. Wij mochten altijd bellen of komen.” Noah: “Dat was een lastige periode, ik snapte er niets van wat er met mij gebeurde. Ik had veel hypo’s. Als ik dan ging eten was het gauw teveel en kreeg ik een hyper.” Die tijd ligt gelukkig achter hem. De ouders zijn trots op hun zoon. “Als je ziet hoe hij ermee omgaat. Hij laat zijn ziekte niet zijn leven bepalen. Een diabeet kan een goed leven leiden.”

Noah: “Toen ik kleiner was dacht ik wel eens, waarom ik? Nu niet meer. Het hoort bij mij. Je moet gewoon goed opletten, dan komt het wel goed.” Hij hoopt over een paar jaar loodgieter te worden, net als zijn vader, opa en overgrootvader.