Operatie

Wanneer u geopereerd moet worden gebeurt dit onder algehele narcose(anesthesie) op de dagbehandeling. Over het algemeen verblijft u één nacht in het ziekenhuis.

Voorbereiding
U ontvangt de afspraken voor het preoperatief spreekuur. Hier bezoekt u de anesthesioloog (de arts die de narcose toedient). Hij/zij neemt met u een vragenlijst door, beoordeelt uw medische toestand en geeft u informatie over de anesthesie die u krijgt. Ook heeft u een gesprek met de opnameverpleegkundige over de voorbereidingen voor de operatie, uw thuissituatie en de nazorg thuis.

Als de tumor niet te voelen is, wordt er bij u een jodiumzaadje geplaatst. Door dit onderzoek weet de chirurg waar de afwijking in de borst zit. Dit gebeurt een aantal dagen voor de operatie op de röntgenafdeling. (zie folder; lokalisatie van de afwijking in de borst met een jodiumzaadje)

Als de schildwachtklier wordt verwijderd komt u de dag vóór of de ochtend van de operatie naar het ziekenhuis voor de injecties en de schildwachtklierscan. Dit is een poliklinisch onderzoek op de afdeling nucleaire geneeskunde. Indien dit onderzoek de dag vóór de operatie is, mag u na dit onderzoek weer naar huis.

U wordt de dag van de operatie in het ziekenhuis opgenomen. Op  afdeling C2 heeft u een intakegesprek met een verpleegkundige, die u meer informatie over de gang van zaken rondom de operatie geeft. Het tijdstip van de operatie is dan ook bekend.

Het verwijderde klier- en borstweefsel wordt in het laboratorium onderzocht en na ongeveer 10 werkdagen is de uitslag hiervan bekend. Tijdens het uitslaggesprek bespreekt de chirurg met u de resultaten van het pathologisch onderzoek. Afhankelijk van deze uitslag wordt aangegeven hoe het vervolgtraject er voor u uit kan zien. De chirurg controleert de operatiewond, bespreekt met u hoe het thuis is gegaan en vraagt u naar eventuele problemen die u heeft ondervonden.  Bij dit gesprek is ook de regieverpleegkundige aanwezig.

Het is mogelijk dat na de operatie een nabehandeling gewenst is in de vorm van radiotherapie, chemotherapie, hormonale therapie of immunotherapie. Soms is een combinatie van deze therapieën nodig. Wat in uw situatie de beste behandeling is, wordt niet alleen door de chirurg bepaald. Dit wordt in het multidisciplinair team, een team van specialisten, overlegd.

Over het algemeen wordt deze operatie lichamelijk niet als zwaar ervaren. U zult niet veel pijn hebben en u vrij snel weer zelf kunnen redden. Emotioneel gezien is deze procedure wel ingrijpend. Na ontslag uit het ziekenhuis kunt u thuis de meeste dingen weer zelf doen, ook licht huishoudelijk werk. U kunt, afhankelijk van uw herstel, langzaam uw activiteiten uitbreiden of uw werk hervatten. Hierbij speelt de eventueel te volgen nabehandeling en hoe u zich emotioneel voelt natuurlijk ook een rol. U kunt gedurende een lange periode vermoeid zijn, als gevolg van de operatie, de narcose, de spanningen door de confrontatie met borstkanker en een eventuele nabehandeling. Zoals bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een wondinfectie en een bloeding.

Seroom
Bij sommige patiënten ontstaat seroom na verwijdering van de borst. Dit is een vochtophoping onder de huid waardoor ter plaatse een zwelling ontstaat. Soms moet dit vocht weggehaald worden, maar vanwege de kans op infectie wordt dat alleen gedaan bij ernstige klachten. Het weghalen van dit vocht kan niet bij de huisarts, maar wordt gedaan door de chirurg of de verpleegkundig specialist gedaan op de polikliniek. Op den duur verdwijnt het wondvocht. Als u hier vragen over heeft, dan kunt u contact opnemen met de regieverpleegkundige oncologie.